Nefrotisch Syndroom

Informatie over het nefrotisch syndroom

 

Wat is het nefrotisch syndroom?

Onder ‘nefrotisch syndroom’ verstaat men het samen voorkomen van de volgende kenmerken:

– het verlies van een grote hoeveelheid eiwit in de urine     (proteïnurie)

– een te laag gehalte aan het eiwit albumine in het bloed (hypo-albuminemie)

– een vochtophoping in het lichaam, waardoor zwelling ontstaat (oedeem)

– een te hoog vetgehalte in het bloed (hyperlipidemie)

 

Onderliggend mechanisme

Ons bloed wordt gefilterd door de nieren. De nierfilter bestaat uit miljoenen kleine eenheden (glomeruli) en is zo ontwikkeld dat afvalstoffen en water door de filter gaan en zo in de urine terecht komen, terwijl de stoffen die belangrijk zijn voor het lichaam niet door de filter gaan en in het bloed aanwezig blijven.

Bij het nefrotisch syndroom is dit proces verstoord. Er ontstaat een lek in de nierfiltertjes, waardoor eiwitten die belangrijk zijn voor het lichaam in de urine terecht komen. Hierdoor blijven er te weinig van deze eiwitten (albumine) achter in het bloed

Nu is het zo dat albumine vocht aantrekt en er normaal voor zorgt dat het vocht in de bloedvaten blijft. Indien er te weinig albumine in het bloed aanwezig is, trekt het vocht weg uit de bloedvaten en gaat het zich opstapelen in de onderhuidse weefsels buiten de bloedvaten. Hierdoor ontstaat zwelling van het lichaam (oedeem).

De lever reageert op dit proces door steeds meer eiwitten aan te maken om het verlies in de urine te compenseren. Maar tegelijk produceert de lever ook meer vetten dan normaal, waardoor ook een te hoog gehalte van vetten in het bloed ontstaat.

 

Symptomen

Een persoon met nefrotisch syndroom kan zwellingen vertonen (vooral ter hoogte van de benen, soms ook van de handen en het gezicht). De persoon zal ook minder plassen en een gewichtstoename vertonen.

 

Hoe vaak komt het voor?

Het nefrotisch syndroom is zeldzaam en komt voor bij ongeveer 2 op 100.000 mensen per jaar.

 

Behandeling

Het nefrotisch syndroom wordt in eerste instantie behandeld met corticosteroïden (zoals bijvoorbeeld prednison).

Als er te vaak recidieven (terugvallen) optreden ondanks de behandeling met corticosteroïden of indien corticosteroïden niet volstaan, wordt er soms gebruik gemaakt van andere medicatie (cyclofosfamide of ciclosporine).

Verder bestaat de behandeling uit de bestrijding van oedemen door beperking van de vochtinname, een dieet met matige zoutinname en het geven van vochtafdrijvende middelen.

Uitzonderlijk kan het nodig zijn om albumine te geven via een infuus, om het tekort aan eiwitten in het lichaam te compenseren.

ACE-remmers worden gegeven om het eiwitverlies en hoge bloeddruk tegen te gaan. Ook andere bloeddrukremmers worden soms gebruikt.

Slechts in een kleine minderheid van de gevallen leidt het nefrotisch syndroom tot onherstelbaar nierfunctieverlies, waardoor op termijn soms nierdialyse of een niertransplantatie noodzakelijk zijn.

 

Bijwerkingen van de behandeling

Corticosteroïden hebben verschillende bijwerkingen. Zo treedt er vaak een sterk toegenomen hongergevoel en gewichtstoename op en gaat het vetweefsel zich opstapelen op de buik en ter hoogte van het gezicht. Gedragsveranderingen en stemmingsstoornissen treden ook vaak op. Ook kan de groei geremd worden en kan er botontkalking optreden. Verder kan de bloeddruk stijgen en is er een grotere vatbaarheid voor infecties.

Cyclofosfamide heeft als bijwerkingen verhoogde kans op infecties, verhoogde bloedingneiging, bloedarmoede, verminderde eetlust en haaruitval. Er is ook een kleine toename in het risico op infertiliteit en sommige vormen van kanker.

Ciclosporine kan leiden tot een verhoogde bloeddruk of overdreven haargroei. Het is ook schadelijk voor de nieren.

 

 

 

© Martine Delcour - 2012