De allereerste ziekenhuisopname

Op 29 april 2009 ga ik met Sem naar de huisarts. Hij heeft al drie dagen dikke ogen en ik vertrouw het niet helemaal. Ik hoop vurig op een milde oogontsteking, zodat we met oogdruppels naar huis worden gestuurd. Niets is minder waar. We worden verzocht thuis een koffertje in te pakken en naar het ziekenhuis te rijden…de kinderarts is al ingelicht en wil Sem onmiddelijk zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het ziekenhuis vieren we toch een klein beetje dat het koninginnedag is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vochtophopingen werden elke dag erger en Sem had er echt last van. Hij zat duidelijk niet lekker in zijn velletje.
Na zijn gezicht waren zijn benen en buik ‘aan de beurt’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen de ergste pijn was gezakt, kon Sem weer tafelvoetballen; één van zijn favoriete bezigheden.
Dan aten we ook meteen een broodje smeerworst in de speelkamer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Weer bloeddruk meten…of ‘spierballen meten’ zoals het aan Sem wordt uitgelegd. Door het vele vocht was
zijn bloeddruk veel te hoog, dus moest hij goed in de gaten worden gehouden. En na Sem moest Woefie’s
temperatuur natuurlijk ook worden gemeten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het vocht in zijn buikje zorgde ervoor dat hij een enorme bolling had. Grappig genoeg was hij zelf
erg trots op zijn buik en liet hem dan ook aan iedereen zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samen met Liz heerlijk een dvd’tje kijken op bed.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op deze fiets kon Sem uren rondjes rijden op de afdeling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eindelijk was het dan zover. Op 6 mei, drie dagen voor zijn 3e verjaardag, mochten we eindelijk naar huis.
Met een rolstoel vol spullen reden we het ziekenhuis uit. Sem was helemaal kapot en zat met zwarte kringen
onder zijn ogen in de auto op weg naar huis.

© Martine Delcour - 2012